Spiegels en richtingaanwijzers

Voer steeds dezelfde handelingen uit wanneer je afslaat. Met je linkerhand bedien je voor elk kruispunt tegelijk de achteruitkijkspiegel en de richtingaanwijzers. Wanneer je dan een kruispunt nadert, druk je alleen nog maar op de pijltoetsen (met je rechterhand) om te sturen en op de linker Enter-toets (met je linkerhand) om over je schouder te kijken. Als je de linker Enter-toets ingedrukt houdt, kun je zelfs met de pijltoetsen in de dwarsstraten kijken en kun je, door voorzichtig gas te geven en te remmen, langzaam het kruispunt oprijden om er een beter zicht op te krijgen.

Wij raden aan de verschillende handelingen in de onderstaande volgorde uit te voeren:

  1. Achteruitkijkspiegel spatiebalk
  2. Buitenspiegel (wanneer je links afslaat) Nogmaals de spatiebalk
  3. Richtingaanwijzer Ctrl of Alt
  4. Controle van de dode hoek Shift + pijl-links of pijl-rechts

De onderstaande volgorde is echter ook toegestaan:

  1. Achteruitkijkspiegel spatiebalk
  2. Richtingaanwijzer Ctrl of Alt
  3. Achteruitkijkspiegel 2x spatiebalk
  4. Controle van de dode hoek Shift + pijl-links of pijl-rechts

en

  1. Achteruitkijkspiegel spatiebalk
  2. Achteruitkijkspiegel 2x spatiebalk
  3. Controle van de dode hoek Shift + pijl-links of pijl-rechts
  4. Richtingaanwijzer Ctrl of Alt

Kijk dus altijd eerst in je achteruitkijkspiegel!

Het verdient aanbeveling om elk scenario en elke oefening meermaals uit te rijden tot je de route vrijwel foutloos kunt afleggen.