Opties: Opties en tuning

Op het tabblad Opties kun je het vermogen, het rijgedrag en de rij-eigenschappen van je voertuig instellen. Voorts kun je hier de stuurhulp langs de stoep in- en uitschakelen. Deze functie helpt je om je voertuig in het rijvak te houden. Ze werkt echter alleen rechts aan de stoeprand.

Met de schuifregelaars Vermogen en Topsnelheid in het vak Tuning kun je je voertuig wat meer pit geven. Met de schuifregelaar Schokdemper kun je je voertuig harder maken. Met de schuifregelaar Sturen kun je het stuurgedrag bij gebruik van een toetsenbord en stuur aanpassen.

De individuele functies zijn:

Stuurhulp langs de stoep:

De functie Stuurhulp langs de stoep corrigeert je wanneer je met je voertuig te dicht bij de stoeprand komt. Wanneer je het programma start, is deze optie ingeschakeld zodat je makkelijker binnen je rijvak blijft. Wil je toch over de stoeprand rijden, zal je wat krachtiger moeten tegensturen als deze optie ingeschakeld is. Rij je te snel op een stoeprand af, dan kan het zijn dat het stuur een schokje krijgt, ongeveer alsof je met het rechtervoorwiel tegen de stoeprand zou botsen.

Je kunt deze optie ook uitschakelen.

Antiblokkeersysteem (ABS):

De remweg van het voertuig wordt berekend volgens de richtlijnen van rijscholen, d.w.z. op basis van de formule '(Snelheid/10)²'. Als de ABS-functie ingeschakeld is, rem je echter zo krachtig als de toestand van het wegdek toelaat (bijv. bij een nachtelijke rit in oefening 8 is de remweg iets langer omdat het wegdek dan nat is).

Rijrichting weergeven:

Dit is een nuttige functie voor beginners. Als je over een kruispunt rijdt, toont een kleine auto in de linkerbovenhoek welke richting je uit moet. De motorkap wijst daarbij altijd in de richting die de instructeur heeft opgegeven. Deze optie is niet beschikbaar tijdens het rij-examen.

Ingrijpen bij overtredingen:

Als dit selectievakje ingeschakeld is, wordt de toepasselijke voorrangsregel linksonder in de cockpit weergegeven. Hierbij hebben de verschillende kleuren de volgende betekenis:

     Rood: Je mag niet rijden en hebt dus geen voorrang.
     Blauw: De weg is vrij en je mag rijden.

Als je de stopstreep of de zichtlijn nadert, begint de weergave te knipperen. Rij dan nog een beetje verder zodat je een beter overzicht hebt over het kruispunt. Als je langzaam rijdt, kun je nog ongeveer twee meter verder op de voorrangsweg rijden. Rechtsonder wordt de toepasselijke maximumsnelheid weergegeven ('50' betekent dat je maximaal 50 km/u mag rijden). Deze optie kan tijdens het examen niet worden geactiveerd.

Niet voortvertellen:
Als je dit selectievakje uitschakelt, kun je zware overtredingen maken zonder dat de oefening wordt afgebroken. Er worden echter wel strafpunten aangerekend.

Overtredingen toelichten: Als dit selectievakje ingeschakeld is, worden alle overtredingen kort weergegeven onmiddellijk nadat je ze hebt begaan.
Verkeer weergeven: Door dit selectievakje uit te schakelen, kun je alle andere voertuigen laten verdwijnen zodat je zonder verkeer kunt oefenen.
Cyclus verkeerslichten: Als je over de stopstreep rijdt, wordt gedurende een instelbare tijd het verkeerslicht in kwestie getoond. Je ziet dan of je je bij orange of rood op het kruispunt bevindt. Als je deze optie wilt deactiveren, schakel je het selectievakje uit. Na de installatie van het programma is deze optie standaard ingesteld op 2 seconden (2s).